Ïk heb het druk mensen, en nu is het ook nog eens komkommertijd, daarom wat oud leesvoer, de zeven zonden. Wát!!?Alweer??? Ja, alweer ...
hebzucht, wraakzucht, wellust, ijdelheid, luiheid, gulzigheid en jaloersie
De zeven zonden (1: Hebzucht)
Ik weet het nog als de dag van gister, ik was in opleiding op een zogenaamde bedrijfsschool. Enkele maanden daarvoor was ik gestopt met mijn MTS-opleiding, nee ik was niet te lui of te stom. Hoewel ... stom was het wel, ik wilde geld verdienen, een krantenwijk of het timmeren van kistjes bij de Coca Cola bottelarij bracht echt te weinig in het laatje. Nee, ik wilde werken en leren tegelijk en bovendien een echt salaris verdienen!
Nadeel was wel dat je op die bedrijfsschool werkelijk alle vakken moest verkennen, ik wilde iets slims (ahum) dus had ik gekozen voor Meet & Regeltechniek, het vak van de toekomst. Want ach, wie wilde er nu metaalbewerken? Helaas stond dat metaalbewerken dus aan de voet van die M&R opleiding. Want soms moest je weleens een pijp buigen als meetleiding, een voetplaat fabrieken om een zender te plaatsen of zelfs een klep lassen omdattie lek was. En ik, ik vond het 3x niks.
Op een dag moest ik, samen met 1 van mijn medeleerlingen, hij heette Peter, een enorme metalen plaat ombuigen. Uiteraard ging dat niet met de blote hand en op het fabrieksterrein was geen zetbank te vinden om deze klus te klaren. Gelukkig had een naastgelegen bevriend bedrijf het zo node gemiste gereedschap in zijn bezit. Na een belletje van 1 onzer begeleiders bleek het mogelijk deze zetbank te gebruiken voor de bewerking van deze plaat.
Zo gezegd, zo gedaan en met een platenkar en een gezonde dosis tegenzin togen wij naar de ingang van het naastgelegen bedrijf. De naam van dit bedrijf zal ik jullie niet verklappen, de aard wel .... zij maakten borrelnootjes. Aangekomen in de plaatwerkerij van het bedrijf werden wij door de chef-werkplaats begeleid naar de zetbank. Sjonge wat een joekel van een apparaat, durfden wij dat wel te bedienen? Het antwoord was snel geformuleerd, nee dus!
Na rijp beraad met de chef-werkplaats besloten wij de plaat af te tekenen en het buigen over te laten aan de specialist. Die specialist was echter nog druk bezig met de reparatie van een gigantische frituurpan. De chef-werkplaats stelde ons voor onze tijd te doden met een bezoek aan de naastgelegen kwaliteitsafdeling. Dat lieten wij ons geen twee keer zeggen, we hadden geen idee wat daar aan te treffen maar maakte het natuurlijk extra spannend.
Ik betrad het keurlokaal na Peter, de blik in zijn ogen toen hij het tafereel aanschouwde vergeet ik nooit meer.... Bakken vol met borrrelnoten in alle smaken en variaties stonden verspreid over het lokaal! Keurders in lange witte jassen dompelden de zakjes die van de lopende band kwamen onder in bakken plantaardige olie om te zien of de zakjes de beschermende omgeving waaronder de noten waren verpakt niet naar buiten lekte.
Anderen keurden de nootjes op geur, kleur en krokantheid middels allerhande lichtabsorptie en plet-apparatuur. Maar het mooiste was dat die zakjes daarna werden geopend en dat de nootjes, die niet werden gemarteld, werden gestort in die bakken om later weer te worden bijgevoegd in het verpakkingsproces. Daar ging de toeter van de koffiepauze, de keurders stroomden het lokaal uit richting de koffiekamer. En toen, toen gebeurde er iets met Peter, ik zag het aan zijn trillende lippen ......
Als een bezetene begon hij in de bakken te graaien, hij pakte wat hij pakken kon. Alle zakken propte hij vol, zelfs zijn onderbroek werd voor dit doel gebruikt! “Kom op nou!”. Gilde hij. “Voor je het weet zijn die mannen weer terug!”. Het kon mij niet deren, ik hield toen nog niet van borrelnoten, ik vond ze ronduit smerig. Peter bleef maar proppen, het was een belachelijk gezicht, een Michellin-mannetje met een overall, daar leek hij nog het meest op. Hoe dacht hij hiermee weg te komen?
Daar kwamen de keurders het lokaal weer binnen. Daar zul je het hebben dacht ik nog, wij hoeven hier nooit meer terug te komen! Wonder boven wonder schonken de mannen geen aandacht aan hem. Ook de chef-werkplaats deed net oftie niks merkte, ondertussen was de plaat door de specialist op vakkundige wijze bewerkt. Zo gingen wij op pad, met de bewerkte plaat, ik hoorde de chef-werkplaats en de specialist achter ons smakelijk lachen toen we het pand verlieten.
Peter liet onderweg een spoor van borrelnoten achter en tegen de tijd dat wij terug waren op ons eigen bedrijf had hij de helft van de lading verloren of opgegeten. En nog leek hij op een Michellin-mannetje, ongelooflijk dat hij dat allemaal voor elkaar had gekregen. En telkens als er een plaat gezet moest worden stond Peter vooraan om zich als vrijwilliger op te werpen ..... Totdat men daar over ging op de productie van slasaus, dat was zelfs voor hem te smerig om in zijn onderbroek stoppen ....
De Zeven Zonden (2: Wraakzucht)
De vaste lezers van mijn blog weten dat ik voetbal háát maar vroeger in mijn jeugdjaren was dat anders. Elke minuut die wij vrij hadden gingen wij met onze ‘leren kick’ onder de arm richting de zijstraat van onze flats. Daar waren enkele garageboxen gesitueerd die natuurlijk prachtig als doel konden fungeren. Het was een doodlopende straat en de bal liet prachtige afdrukken achter op de garagedeuren, dus wat wilde je nog meer? Discussie over een goal of niet kon je door die afdrukken niet hebben.
Er kleefde echter 1 nadeel aan die garageboxen, ze hadden eigenaren die niet zo gelukkig waren met het besmeuren van hun eigendom. Zo ook een eigenaar wiens huis aan de garageboxen grensde en natuurlijk had hij niet alleen last van de vervuiling. Wij lieten ons niet onbetuigd als er weer een goal gescoord werd, ook het bonken van de bal op de deuren drong natuurlijk diep door in zijn woonkamer. Maar ja, wij waren jong en impulsief én in de meerderheid, hoe kwader hij werd, hoe mooier wij het vonden.
Het was op zo’n zwoele zomeravond tijdens onze schoolvakantie dat wij weer eens een balletje trapten. BONK, BONK, BONK ging het tegen de garagedeuren, de buurman was niet thuis, hij zat gezellig op zijn volkstuin. Na enige tijd kwam iemand op het idee om een bezoekje te brengen aan de lokale Italiaanse ijssalon. Een prima idee natuurlijk maar waar lieten wij onze leren kicks? Via de regenpijp beklom ik het dak van de garagebox, en legde ze in een hoek, vanaf de weg waren ze niet te zien, prima plek dus.
Na het nuttigen van een flinke ijscoupe gingen we weer richting de garageboxen. Kees was aan de beurt om de regenpijp te beklimmen, aangekomen op het dak bleken de kicks nog steeds aanwezig. Het verstoppen had dus gewerkt, Kees nam een aanloop, gaf een kamikaze-gil en gaf biede ballen tegelijk een enorme trap, wij zorgden dat wij dekking zochten. Tot onze verbazing kwamen de kicks slechts een enkele meter van de boxen met een doffe plof, zonder te stuiteren, op de grond terecht.
Wat is dat nu? Toen ik de kicks achterliet op het dak waren ze nog vol leven, ik wist het zeker! Na een nader onderzoek bleken de kicks gevuld met water! In mijn ooghoek zag ik de buurman vanachter het gordijn in onze richting gluren. Toen ik mijn hoofd in zijn richting draaide was hij verdwenen, maar ik wist zeker dat ik hem gezien had. Hij was dus helemaal niet op zijn volkstuin geweest, de rat! Wat een moeite hebben wij gehad de kicks watervrij te maken, verschrikkelijk gewoon. Wij bezinden ons op wraak!
Twee dagen na dit incident, we dachten nog steeds na hoe wij ons konden wreken, gingen we uit vissen in de polder. In alle vroegte, terwijl de ochtendnevel nog oever het water kringelde gingen wij bewapend met werphengels en de mooiste ‘blinkers’ op weg. Nauwgezet stroopten wij de sloten af richting de ringvaart op zoek naar snoek en snoekbaars. Het wilde niet echt vlotten, op een enkele kleine snoekbaars na. Bij de ringvaart aangekomen, vlak bij het volkstuinencomplex was het eindelijk raak.
Na slinger nummer zoveel in de vaart, vlak bij een rietkraag sloeg Hans de grootste snoek aan de haak die wij ooit hadden gezien. Een monster was het, het werd een gevecht op leven en dood, na een veldslag van een kwartier dat een uur leek te duren haalde Hans de snoek op het droge, 72 centimeter, wát een joekel! En terwijl Hans daar stond trots met die snoek in zijn armen om hem te showen aan onze maten die aan de overkant de vaart bevisten. Keek ik over zijn schouder en zag daar het volkstuinencomplex, en ineens wist ik wat onze wraak zou zijn!
De volkstuin van de buurman had ik al eerder gezien, hij was er apentrots op, vooral de vijver met rotspartij en waterval trok de aandacht van zijn medevolkstuinliefhebbers. En in die vijver krioelde het van de goudvissen, óók een hobby van de buurman. Het was nog vroeg, als we snel waren zouden we zijn tuintje nog bereiken vóórdat hij aanwezig was. Met het enorme monster in ons schepnet haastten wij ons naar de volkstuin vande buurman, alwaar wij de snoek zijn ‘vrijheid’ gaven in de vijver tussen de goudvissen.
Vrijwel direct begon de snoek zijn slachting, binnen notime had hij alle goudvissen verorberd. Wij stonden met stomheid geslagen van zoveel moordlust, maar onze wraaklust won het van ons medeleven met de goudvissen. Snel maakten wij ons uit de voeten, we wilden graag het gezicht van de buurman zien als hij ontdekte dat zijn geliefde visjes waren opgepeuzeld, maar het leek ons toch het beste om uit de buurt te blijven. Lang hebben we met die wraakzucht rondgelopen en heel wat uitgespookt, want ja je mag alles, but don’t mess with our balls!!
De Zeven Zonden (3: Jaloersie)
Het was altijd gezellig bij onze honkbalvereniging, buiten dat we sportief bezig waren, hadden we ook veel lol met elkaar. Hoewel, er was haat en nijd maar bovenal jaloezie, Jaap was degene waarop wij het meest jaloers waren. Hij was een rijkeluiskindje en als zodanig dus vreselijk verwend. Hij kon alles krijgen wat hij begeerde en stak zijn komaf niet onder stoelen of banken. Eigenlijk vonden wij hem gewoon een lul. maarja, onze coach bracht uren met ons door op het veld en pompte het respect voor elkaar en het teamgevoel tot ver in onze vezels.
En een teamgevoel hadden we na een tijdje zeker, we konden na de training met z’n allen lekker en goed georganiseerd tekeer gaan tegen Jaap. We jatten zijn handdoek, vaste prik, daar stond hij dan in z’n nakie, zo onder de douche vandaan, lekker nat. Vaak hielden wij die handdoek zolang verborgen dattie zich met z’n natte lichaam in zijn kleding moest hijsen. Begrijp me goed, het had heel lang geduurd voor het zover kwam, hij had ons gepest, vernederd en de ogen uitgestoken met alle nieuw dingen die hij regelmatig kreeg.
Het was zaterdagochtend, voordat de training begon zaten wij voor het kleedkamergebouwtje op een bankje in de zon. Daar kwam Jaap tot bijna aan de deur van de kantine gebracht door z’n vader met z’n glanzende bolide. Jaap kwam op ons af met 1 van zijn mouwen opgestroopt, toen hij dichterbij kwam wisten we waarom. Hij had een nieuw horloge gekregen van zijn Pa, die hij van zijn reis naar Amerika had meegenomen. Wij keken onze ogen uit, het was er 1 met een batterij en rode cijfertjes, niks wijzers, niks opwinden en goed zichtbaar in het donker.
Tsjonge, wat waren wij jaloers, groen zagen we, allemaal. De oefenwedstrijd die we de woensdag daarna speelden verliep voor ons moeizaam, we hadden regelmatig onze blik op Jaap’s linkerpols. Wat waren we blij toen de wedstrijd over was, eindelijk konden we onder de douche. Zoals gewoonlijk kreeg Jaap van ons pas de kans om te douchen als wij al lang en breed klaar waren. Jaap kleedde zich uit, deed zijn nieuwe horloge af en legde hem voorzichtig naast de kraan van de wasbak. Stom... !
Henk pakte een bat (knuppel), hief hem zo ver mogelijk boven zijn hoofd en liet, terwijl Jaap onder de douche vandaan kwam, het gevaarte met een enorme klap op de wasbak terecht komen. Jaap zag in een flits zijn nieuw verworven horloge verdwijnen onder de vernietigende kracht van de bat, zijn hoofd liep rood aan, de adem stokte hem in de keel. Niet alleen het horloge liet hier het leven, ook de wasbak spatte in duizend stukjes uiteen, Jaap viel in zijn nakie op zijn knieen en reikte met trillende handen in de richting van zijn geplette horloge.
De radertjes en veertjes staken in alle richtingen uit wat eens zijn horloge was, het duurde even voor hij het besefte ..... Hij had toch een electronisch horloge? Vanwaar dan al die radertjes en veertjes? En waar zat dan de batterij? Tja, hoe jaloers wij ook waren, andermans eigendom was heilig, we hadden tijdens dat Jaap zich douchte zijn horloge vervangen door een defect ‘ouderwets’ model. Dát was dan weer de invloed van onze coach, respect voor je teamgenoot én tegenstander, maar jaloers bléven wij op Jaap, dat wel ....
De Zeven Zonden (4: Wellust)
Wat was ik trots, mijn eerste salaris was gestort, een bankrekeningnummer had ik een maand eerder al aangevraagd. Met mijn nieuw verworven bankpas stapte ik de bank binnen en daar, achter zwaar pantserglas, zat zij. Mijn god wat was ze mooi! Ik bedacht ter plaatse dat ik mijn geld in gelijke porties zou verdelen over de 4 weken van de maand, zodat ik elke week bij haar in de rij zou staan. Trouw kwam ik elke week en baalde als er geen rij stond, ik was dan gewoon te snel aan de beurt, ik kon dan gewoon té kort genieten van het uitzicht op haar.
Enkele maanden later stapte ik de bank weer binnen, tot mijn schrik zat zij niet meer achter het glas. Voor haar in de plaats zat Jan, een oude schoolmaat van mij, Toen ik bijna aan de beurt was zag ik haar zitten, achter een bureau, met haar rug naar de balie. Het uitzicht zou een stuk minder zijn de komende tijd, zij zat nu helaas op de afdeling verzekeringen. Het was natuurlijk wel leuk om met Jan af en toe, op de momenten dat het niet druk was, enkele oude verhalen op te halen uit onze schooltijd.
Maar als ik eerlijk ben had ik toch liever zijn vrouwelijke collega achter het glas gezien, ik kwam vanaf nu gewoon tweewekelijks geld halen. Wat me wel opviel was dat Jan zijn ogen, overigens net als ik, niet van haar af kon houden. Regelmatig als ik binnen kwam en het rustig was, zat hij op de hoek van haar bureau. Als hij mij daarna kwam helpen zag ik het kwijl uit zijn mondhoeken lopen. Ok, ze was mooi, maar om nu elke vrije minuut als een wellusteling op haar bureau plaats te nemen, dat was toch wel te gek.
Op een warme dag in augustus stapte ik in mijn tweewekelijkse gang de bank weer binnen. Daar zat zij ineens weer achter glas, Jan was zeker op vakantie? Maandenlang had ik tegen haar rug opgekeken, ze was nog even mooi als de laatste keer dat ik haar frontaal zag. Ik moest mijn geld-haal-schema toch maar weer aanpassen zodat ik haar volgende week ook zou zien, daarna zou Jan toch zeker weer terug zijn? Zo geschiedde, maar tot mijn verbazing zat zij na 2 maanden nog steeds achter het glas.
Voorzichtig heb ik haar gevraagd of Jan soms van baan verwisseld was? Het duurde even voor zij schuchter antwoord gaf. Al dat gekwijl van hem had grote gevolgen gehad, hij had zijn gevoelens jegens haar niet meer voor zich kunnen houden. Op zekere dag had hij in een opwelling op de gang haar pronte borsten betast en daar was zij uiteraard niet van gediend geweest. Jan werd bij de direkteur ontboden en moest het veld ruimen want sexuele intimidatie past tenslotte niet op de werkvloer, en ook niet daarbuiten natuurlijk.
Vorig jaar kwam ik Jan weer tegen tijdens een braderie, ik had hem na zijn ontslag nooit meer gezien. Hij liep daar achter de kinderwagen met daarin zijn kleinkind, toen ik hem groette zag ik haar, ze was nog steeds mooi, ook op deze leeftijd. Ondanks alles wat er tussen hen was gebeurd op de bank waren zij verliefd geworden en getrouwd. We hadden een geanimeerd gesprek over toen, de school, de bank, hun kinderen en kleinkinderen. Regelmatig tijdens ons gesprek keek hij haar met diezelfde blik aan van toen. We namen afscheid en ik keek nog even om, verbeelde ik het me of zag ik echt kwijl in zijn mondhoeken ... ?
De Zeven Zonden (5: Luiheid)
ZzzzZzzz .............
De Zeven Zonden (6: Gulzigheid)
Dit vehaal heeft plaats in klas 6c van een lagere school, een klas waar ik mij absoluut niet thuisvoelde. Ik ben een kind van de rekening, de rekening die (Excellentie) Minister Cals heeft vereffend met de Mammoetwet die voor mij net te laat is ingevoerd. In de vijfde klas van de lagere school was ik helaas te vaak ziek, veroorzaakt door longproblemen. Zowat na elke zwem- of gympartij lag ik een week lang te roggelen in mijn bedje. Ook in de winter was ik snel ziek, als iedereen zijn schaatsen onder bond zag ik dat vaak vanachter glas.
Doordat ik de lessen zo vaak mistte kon ik aan het eind van het schooljaar kiezen of ik over wilde gaan of blijven zitten in klas 5. Tja, de keuze was makkelijk voor mij, ik had dan wel een hoop gemist, maar in de klas bij die kleuters... Dat nooit! Laat mij maar over gaan, ik haal het wel in, dacht ik. Maarja, toen kwam het volgende probleem; dat jaar werd er een experiment uitgevoerd om beter te kunnen doorstromen naar de middelbare school. Er kwamen 3 zesde klassen, 3! Nou en, dacht ik, wat dan nog.
Na de ‘grote vakantie’ bleek pas hoe stom die keuze was geweest. Die klas 6c bestond alleen uit kneuzen die werden klaargestoomd voor de Technische School en de Huishoudschool. En nee, je mocht toen nog niet als jongen kiezen voor de Huishoudschool, dus veel spannender zou het niet worden. Ik schikte mij in mijn lot, zoals gezegd, alles beter dan de kleuterklas. Maar wat zaten hier een vreemde gasten in die klas, echt niet te filmen. Zo waren er 2 broertjes, wij noemden ze Billy en Bessie Turf, ze wogen wel honderd kilo volgens ons.
Ik weet het, het is niet netjes om daar mee te spotten, but they make me do it! Echt, je moest daar gewoon meedoen, nu zal het niet veel beter zijn op school, anders kostte het je je ivoor. Dus ik deed braaf mee, was het laf? Misschien wel, maar ik redde er mijn aangezicht mee, niet dat ik knap was, maar ik haatte pijn. Met lichamelijk geweld heb ik me nooit ingelaten, maar pesterijen deden geen pijn dacht ik toen. Regelmatig werd de tweeling dan ook uitgescholden en uitgemaakt voor alles wat maar te verzinnen was.
Steevast kwam dan hun moeder de volgende dag op het schoolplein om ons de les te lezen. Want haar zoons hadden een ziekte waardoor zij aan overgewicht leden, zo beweerde zij, het kwam beslist niet doordat zij teveel aten of snoepten! Nee, haar zoons hadden en dieet waar zij zich zorgvuldig aan hielden, het kostte ze totaal geen moeite, zo graag wilden zij slank worden. Nu wisten wij wel beter, elke cent die de broertjes te makken hadden sleten zij in het sigarenmagazijn om de hoek van de school. Trekdrop, belga’s, zwart-wit, spekkies, als het maar “suiker!” schreeuwde dan werd het gekocht.
Op een dag was 1 van de broertjes, Bessie, ziek, de overgeblevene kreeg het dus dubbel te verduren. Aan het eind van de ochtend ging de leraar richting het hoofd van de school om papieren op te halen voor het een of ander. Hij verzocht ons geen rottigheid uit te halen, hij was tenslotte zo weer terug. Nu moet je weten dat die meiden in die klas zo mogelijk nog rotter waren dan ons, stoere knapen. De ‘Meester’ had zijn hielen nog niet geligt of daar begon het spel, al fluisterend, zodat Billy het niet zou horen, werd er door die meiden een plan gesmeed.
Zij daagden ons uit om Billy in de kast, die achter in de klas stond, op te sluiten en het lokaal te verlaten. Nu was die kast gelukkig heel veel groten en breder dan Billy, niet dat dat verder iemand iets kon schelen, maar het speelde wel in mijn gedachte dat hij daar anders aardig peentjes zou zweten. Ok, de meiden hadden ons genoeg opgehitst, de kast was van buiten af te sluiten en dat maakte het nog mooier, dus hop met de geit! Met z’n allen stormden wij op Billy af, grepen hem vast en propten hem letterlijk in de kast.
Wat waren wij blij dat de dichte kastdeur zijn kreten dempten, het was niet om aan te horen, wat kon Billy gillen. De leraar was nog niet terug, maar wij wilden zijn komst niet afwachten, hij zou Billy wel vinden, weg waren we. Toen we na de pauze van het schoolplein naar de klas liepen vroegen we ons wel af waarom Billy ons niet schuimbekkend was komen terechtwijzen. De leraar had hem bij terugkomst vast uit zijn benarde positie bevrijd en onder zijn hoede genomen? We begonnen hem nu toch te knijpen, welk lot was ons nu beschoren?.
Toen wij bij het lokaal kwamen bleek het op slot, dat was lekker, nu wisten wij vrijwel zeker dat Billy bij de leraar had uitgehuild, wij vreesden een lange onaangename middag. Daar kwam de leraar, wij hadden Billy in zijn kielzog verwacht, maar wij zagen hem niet .... De leraar had ook gewoon een goeie bui, bij het openen van de deur vreesden wij het ergste. Maar de deur van de kast was dicht en er klonk geen gegil , gehuil of hulpgeroep, wij begonnen zwaar te zweten, Billy zal toch niet... ?
Het duurde even voordat er iemand achterin de klas naar de kast durfde lopen, toen hij dichterbij kwam, dacht hij iets te horen. Hoorde hij nu gesnurk, of verbeeldde hij zich dat? Voorzichtig opende hij de deur, daar lag Billy te maffen op de bodem van de kast met wel zes! lege zakken waarin spekkies hadden gezeten die hij gulzig had verorberd. De leraar, wiens vriendin op de aangrenzende kleuterschool lerares was, had die zakken hier tijdelijk voor haar opgeslagen. Billy’s moeder kwam de volgende dag weer op het schoolplein om ons terecht te wijzen, wij waren aso’s omdat wij hem alsmaar weer pestten, en leugenaars, Billy was niet gulzig en bovendien aan de lijn, hij snoepte nóóit beweerde zij ....
De Zeven Zonden (7: IJdelheid 'ode aan 20six, zoals het vroeger was ...')
Het is me bijna gelukt de Zeven Zonden te verwoorden, nog 1 te gaan. Normaal blog ik met 3 woorden zou ik bijna zeggen, zo wás het in het begin overigens niet. Toen ik op 20six begon met bloggen onder de naam ‘Ron’s kladblok’ waren de blogs van mijn hand gewoon lang, te lang misschien. Maar ik wilde mijzelf gewoon opleggen om niet te verworden tot die mensen die ik al langere tijd gevolgt had, ook zij konden na enige tijd geen zinnig blog meer produceren, bloggen om het bloggen. Ach ieder voor zich, maar mij zou het nooooit gebeuren, ik wist het zeker!
Jaja, het bleek gewoon anders, want bloggen evolueert (of degradeerd) de geest, en bij eenieder pakt dat anders uit. Het werd met recht een ,klad’blok, de klad zat er danig in. Het werd tijd voor iets anders, een wedergeboorte. Het blog Merlijn werd geboren, Merlijn de Tovenaar die iedereen met simpele HTML aanwijzingen zijn blog kon laten verfraaien. Ok, het waren niet altijd de mooiste of beste oplossingen maar het moest tenslotte voor elke leek begrijpelijk zijn.
In de begintijd bleek het al mogelijk bij 20six gewoon je HTML-pagina te dumpen, de weg was nog niet vrijgegeven, maar ik kwam er bij toeval achter. Roos en ondergetekende maakten er dankbaar gebruik van om hun blog te onderscheiden van anderen. Het werd ook weer gezellig op 20six, want ja, het is een blogspace, maar bovenal is 20six een echte blogcommunity. Geloof me, zoveel lol als hier zul je nergens anders beleven. Kijk maar eens rond bij onze stoïcijnse eilandbewoners 20six UK, volgens mij bestaat Engelse humor gewoon niet.
Kidnappen van mijn (toen geliefde) Farao’s Fantasie, vermeende meningsverschillen en echte knallende ruzies, alles heeft hier de revue gepasseerd. En toch ... de goede oude tijd, het is nog geen 1 ½ jaar geleden, maarja, alles gaat stukken sneller in digiland. Die goede oude tijd komt niet meer terug en dat hoeft ook niet meer, al zal ik veel van die bloggers missen. Ze hebben een andere plek om hun ding te doen of zijn gewoonweg gestopt omdat ze iets anders te doen hebben of in een andere fase van hun leven zijn beland.
En zo kabbelen we voort op de digitale oceaan, al bloggend, maar waar hadden we het ook alweer over ? Oja, IJdelheid ... ach ja, daar komtie dan: IK heb veel bijgedragen aan het HTML gehalte van jullie blogs, IK heb de weg naar de upload van een eigen blog voor jullie vrijgemaakt, IK heb jullie blogjes vaak gered door orde te scheppen in jullie defecte scripts, IK sta dan ook regelmatig voor de spiegel om mezelf te vertellen hoe goed ik ben ...... Sorry hoor, maar de laatste der Zeven Zonden moest ik er ook even doorduwen .... Stinkt het hier al ..... ?




